KAVDW.NL waarschuwt voor in berichtgeving bij NU.NL

Op NU.NL valt bij het kopje internet het volgende te lezen:

=====

Microsoft waarschuwt voor lek in browsers
AMSTERDAM – Microsoft waarschuwt voor een lek in de versies 6, 7 en 8 van Internet Explorer (IE)
Dat staat op de site van het bedrijf.
Het lek is inmiddels gedicht, maar er zouden nog steeds mensen kunnen zijn die misbruik van maken van de kwetsbaarheid van het systeem. [Comment: Als er nog mensen zijn die misbruik kunnen maken van het systeem, dan is het lek NIET gedicht] De IE-versies 9 en 10 hebben geen last van de problemen.
De kwetsbaarheid is onstaan door de manier waarom IE onderwerpen in het geheugen benadert die zijn verwijderd of verkeerd gealloceerd zijn. Via een speciale site kunnen kwaadwillenden inbreken in het geheugen van de browser. [Comment: Wat!? Dus alleen de aanwezigheid van een site op het web is al voldoende? Of moet er toch nog iets meer gebeuren?]
Microsoft voert momenteel onderzoek uit om het probleem te analyseren. Op basis daarvan zal het IE-gebruikers adviseren over goede bescherming. [Comment: Dus Microsoft vindt zelf ook dat het lek niet is gedicht]

=====

NU.NL zou nauwkeuriger moeten formuleren. Zoals het er staat roept het bericht meer vragen op dan het beantwoord. Zie voor het originele bericht: http://www.nu.nl/internet/2993357/microsoft-waarschuwt-lek-in-browsers.html

Een psychologisch effect na afvallen

Iedereen ziet alleen maar voordelen aan afvallen. En die zijn er ook legio, zoals minder kans op allerlei enge ziekten, een gezonder gevoel, een mooier lichaam en bijgevolg een zelfverzekerder houding in het leven. Niemand heeft het echter over de nadelen als je flink afvalt (in mijn geval 54 kilo).

Er is een nadeel voor de portemonnee (want de gehele garderobe moet worden vervangen). En je wilt niet terugvallen in oude patronen, dus je mijdt buffetten (maar mis je wel de bijhorende gezelligheid). En dan kan je wel in gewicht omlaag gaan, maar het vet blijft toch zitten op plekken waar je het niet wilt hebben.

Het belangrijkste effect echter, (wat soms een nadeel, en een enkele keer een voordeel is) is dat mensen je soms pas in tweede instantie of echt helemaal niet meer herkennen. Als mensen je pas in tweede instantie herkennen vragen ze zich soms af of je misschien niet ernstig ziek bent (nee dus) en durven daar vervolgens niet rechtstreeks naar te vragen. Er ontstaat dan een afstand die niet zo makkelijk doorbroken kan worden. En als het zover komt dat je je daadwerkelijk opnieuw moet voorstellen, dan bèn je ook iemand anders geworden. Het geheugen van mensen werkt kennelijk zo dat het gemeenschappelijk verleden gekoppeld is aan je oude persoon, aan het oude uiterlijk. En nu je iemand anders bent, is klaarblijkelijk het verleden ook weg, en als je daar dan toch aan refereert, wordt er glazig op gereageerd. Aan één kant merkwaardig, aan de andere kant maakt het eenzaam.

Definitie spoorwegmaatschappij

In de communicatie is een belangrijke reden van misverstand dat aan een gemeenschappelijk begrepen woord verschillende referentiekaders bij de communicerenden horen. Men blijkt uren met elkaar te praten maar op een gegeven moment toch elk een andere uitleg te geven aan bijv. een ligplaats, een ETA, of een reis.

Het is daarom van groot belang de onderling (veel) gebruikte begrippen scherp te definiëren. Neem een begrip als “Belminuut”. Enkele piketpaaltjes in deze zijn: “Wanneer begint het tellen?”, “Wanneer eindigt het tellen?”, “Wordt er afgerond, zo ja hoe?”, “Wanneer wordt je gefactureerd, als beller of als gebelde of als beide?”, “Gaat het tellen altijd naar tijdseenheid of gaat het tellen in het buitenland anders en gaat het tellen dan dubbel, driedubbel etc.?”, “Is het begrip belminuut bij alle providers hetzelfde?”, “Hoe lang duurt een Belminuut?”. (Dat die laatste vraag ook niet gek is, weten automobilisten; een parkeer-uur in een parkeergarage duurt meestal maar 45 minuten).

Het begrip “Belminuut” is geïntroduceerd door de providers. Door het woord “minuut” in “Belminuut” te gebruiken zetten de providers zeker 80% van hun potentiële klanten bij voorbaat op het verkeerde been, omdat de meeste mensen ervan uitgaan dat een minuut 60 seconden is. Dit “op het verkeerde been zetten” is opzettelijk gegaan. Want de providers hadden het begrip ook (en met veel meer recht van spreken) “Bel-eenheid” kunnen noemen. Maar dan had iedereen zich meteen afgevraagd: “Wat is dat, een “Bel-eenheid”?”.

Het inzicht dat gemeenschappelijk gebruikte (zeker nieuwe) termen een nauw begrensde definitie nodig hebben, leidde omstreeks 1870 tot de volgende definitie van een spoorwegmaatschappij (toen een nieuw begrip) door een duits jurist, voor het gemak van de lezer vertaald:

“Een spoorwegmaatschappij is een onderneming bestemd voor het herhaaldelijk vervoer van personen of goederen over niet zeer kleine afstanden over metalen banen, welke door hun samenstelling, constructie en gladheid moeten dienen om het vervoer van grote gewichten respectievelijk het bereiken van een betrekkelijk grote snelheid van de beweging tijdens het transport mogelijk te maken, en welke door deze eigenschap in verband met de bovendien ter verkrijging van de beweging tijdens het vervoer gebruikte natuurkrachten (stoom, elektriciteit, dierlijke of menselijke spierbewegingen, evenals bij een hellend baanvlak het eigen gewicht van de vervoersmiddelen en hun lading, enzovoort) bij het bedrijf van de onderneming hierop in staat zijn tot het verrichten van betrekkelijk zeer grote (al naar gelang de omstandigheden slechts in beperkte mate nuttige, ofwel de dood van mensen veroorzakende en de menselijke gezondheid schadende) prestaties.”.

Een definitie was in het verleden “per definitie” één enkele zin. En een zin wordt begrensd door een afsluitende punt. (voor het modernere inzicht: klik op de link, en zie dat er in de tegenwoordige opvatting zelfs meerdere soorten definities kunnen bestaan; wat m.i. een paskwil is, trouwens.)

Ik vind er wat voor te zeggen om in de wet de verplichting op te nemen dat als een leverancier een nieuw begrip introduceert, bijv. een “Beter-wonen Hypotheek”, een “abonnement voor de helft van de prijs”, of een “Alleen grote letters-verzekering” in de advertentie of reclame ALLE tariefsafhankelijke informatie van het begrip op te nemen en/of nader te definiëren zolang het begrip niet in het groene boekje staat.

Een psychologische bridgetip

(opgetekend door Kees van der Weijden, met dank aan aangever Fred den Heijer)

Focus.

Zodra iemand bij bewustzijn is, heeft hij/zij een focus. U wordt wakker, en denkt “ik wil douchen”. Uw focus ligt nu bij de douche. Terwijl u naar de douche loopt, bedenkt u dat u nog een brief moet posten. Uw focus ligt nu bij de brief en de TPG-brievenbus van uw keuze. Terwijl u staat te douchen merkt u dat u uw haar niet kan wassen omdat de shampoo op is, en dat die gekocht moet worden. Uw focus ligt nu bij de drogisterij.

Aapje.

Die focus bestaat ook, en voortdurend, aan de bridgetafel. Daar is zelfs de continue focus van 4 personen aanwezig. Soms zijn de focussen van de 4 combattanten ongericht verdeeld, maar meestal zijn ze op iemand aan tafel gericht. Meester-klasse speler Erich Kirchhoff noemt dat beeldend ‘het aapje’, het aapje dat op iemands schouders zit. Het aapje is het sterkst aanwezig wanneer iemand het fout doet. Stel, u speelt een contract fout af. Bijna onmogelijk natuurlijk, maar stèl. Als nu niemand (inclusief uzelf) ziet dat u het niet goed heeft gedaan is er weinig aan de hand. Maar er is altijd wel iemand aan tafel, en niet zelden is dat partner, die verbaal of non-verbaal (bijv.met een zucht) aangeeft wat u reeds vermoedde, nl. dat u het fout deed. Het aapje zit nu op uw schouders. Overigens kan het aapje ook op uw schouders zitten als u iets bijzonder goeds doet. Maar aan de bridgetafel regeert nu eenmaal de FOUT, en als iemand iets bijzonder goeds doet wordt dat slechts hoogst zelden als zodanig opgemerkt. Daarom is het aapje bij bridge bijna altijd vervelend en beschuldigend. Bovendien is het aapje niet altijd objectief. Het aapje wordt immers gestuurd door de focus van de anderen aan tafel. Die anderen zien niet altijd uw gebrek aan goede alternatieven, hebben niet altijd oog voor uw probleem, en dat effect zal sterker zijn naarmate de anderen zwakker zijn. Het aapje wijst naar u en veroordeelt U ondertussen wel, meestal zonder dat u zich adequaat kunt verdedigen.

Partnership.

In elk partnership bestaat een soort van machtsverhouding. Er is binnen een partnership altijd, gevoelsmatig, een sterkere speler (M/V). Haalt u zich uw diverse partners maar voor de geest. Met die ene partner wilt u het absoluut niet fout doen, maar met die andere partner maakt u zich daar geen of weinig zorgen om. Waarom maakt u zich daar geen zorgen om? Kijk eens diep in uw hart: u voelt zich sterker of minstens even sterk dan die partner. En waarom heeft u de indruk dat u sterker of minstens even sterk bent? Omdat in het partnership waarin u zich sterker voelt, het aapje nooit, zelden, of in elk geval minder bij u dan bij uw partner gaat zitten. Want dààr voelt u zich prettig bij. En wat voor u geldt, geldt uiteraard ook voor uw partner(s). In een goed partnership zit het aapje nooit lang bij iemand.

U wilt dus winnen? Het probleem.

De bridgesessie begint. Welgemoed neemt u uw kaarten op, en fluks bieden u en uw partner een gezonde 6 uit. Rechts komt uit, u vraagt zich inwendig af of u niet een poging voor 7 had moeten doen. Maar uw partner heeft een zware dag achter de rug, is er nog niet helemaal bij en verprutst die 6 : hij gaat zielig eentje down in een koud contract. Hij heeft het aapje. Zeg eigenlijk maar gerust dat het een volwassen Aap is. Voor u geldt dat dat ei aan de overkant die prachtig uitgeboden 6 totaal verziekt heeft. Maar u wilt winnen. Dus heeft ù nu een probleem. Uw partner zit in een dip maar u moet er wel mee verder. Gaat u het hem erin wrijven en maakt u er een AAP van? Dan heeft u van bridge niets begrepen. Uw partner zal er dan het volgende spel dan ook niets van bakken. En het daarop volgende spel ook niet. Zelfs als u alleen maar zuchtend uw schouders ophaalt gaat u waarschijnlijk in het volgende spel nog een nul tegemoet, misschien zelfs een paar. Zeker als u veel macht in het partnership heeft, is uw partner na zo’n verknalde 6 niet ver van een total nervous breakdown af.

U wilt na zo’n 6 nog steeds winnen? De algemene oplossing.

Het aapje moet van partners schouders! Het mooiste is natuurlijk als de sympathieke tegenpartij op zijn beurt een spel verkracht, want dan gaat het aapje bij de vijand zitten, maar meestal hebben ze op dat moment niet zoveel begrip voor u. Wat kunt u dan doen? Zorg dat het aapje zo snel mogelijk bij ù gaat zitten! In het volgende spel (dat anders toch een nul zal worden) moet u het aapje overnemen, want dan zal bij uw partner de gemoedsrust terugkeren! Hoe doet u dat? In elk spel moeten er 1 of 2 knopen worden doorgehakt. Een biedbeslissing, een switch, of kies je voor de snit of voor vallen. Bescherm uw partner en neem de volgende beslissing zelf! Het doet er niet toe of de beslissing technisch goed is. Zorg ervoor dat partner die beslissing niet hoeft te nemen. Want als het na ùw beslissing mis gaat, dan heeft ù het verkeerd gedaan, en komt het aapje bij ù zitten. Dat ontlast partner. En gaat het na uw beslissing goed, dan wordt partners aapje in elk geval kleiner. De algemene regel is dus: “Leg de beslissing in elk geval niet bij partner neer als hij het aapje heeft.”.

U wilt na die 6 nog steeds winnen? De praktijkvoorbeelden.

Stel, het bieden gaat:

U LT Part RT
1 Pas 2 Pas

En u heeft een manchepoging in uw handen. Wat u nu NIET moet doen nadat partner in het vorige spel 6 heeft verprutst is inviterend 3 bieden. Of een op dat moment misschien zelfs onbegrijpelijke trial als 3 of 3 bieden. Want partner is er immers niet bij, en daarom zal uw partner het verkeerd doen. En dan wordt die aap nog groter. En zelfs als hij het goed doet, blìjft dat vervelende aapje op zijn schouder. Daarom moet U ZÈLF de knoop doorhakken en òf passen, òf 4 bieden. Gaat dat nu fout, dan kunt u zich tegenover uw partner verontschuldigen, met als gevolg: het aapje komt op uw schouders zitten en partners gemoedsrust zal terugkeren. Legio andere voorbeelden zijn mogelijk. Het mooiste zijn fouten die niet uitmaken. Gooi een vrije kaart weg u toch niet zult maken. Laat een scherpe competitieve bieding in de uitpas (waar partner wel op rekent) achterwege. Geef een verkeerd signaal en verontschuldig u daarvoor. Trek het aapje naar u toe. Uw partner zal het waarderen. De stemming keert terug, ‘that’s what matters’. En zo komt u na 2 spellen en 2 nullen toch weer op 50%!

Een simpele Ja/Nee vraag

“Daar kunt u toch gewoon met ja of nee op antwoorden?” Ferry Mengele probeerde het nog een keer. Jan Peter Balkenende keek hem diep aan en antwoordde “Maar dat is de vraag niet!”.

Hoeveel antwoorden zijn er mogelijk op een simpele ja/nee-vraag? Sluit je ogen en bedenk een aantal. Open je ogen nu. Als je denkt dat er 2 mogelijkheden zijn, dan moet je beslist verder lezen.

Om te beginnen kan om allerlei redenen de vraag niet overkomen. De vraag kan niet verstaan of niet  begrepen worden. Als de vraag zelf over dit deel van het communicatieproces gaat wordt de vraag zelfs hilarisch: “Horen jullie me daar achter in de zaal?”.

Een ja/nee-vraag is een gesloten, multiple-choicevraag die door de formulering slechts een tweetal mogelijke antwoorden toestaat. Multiple-choice vragen kunnen echter onzuiver gesteld zijn (en zijn dat meestal ook). Er kunnen andere, niet in de vraag besloten mogelijkheden bestaan. De vraag “Sla je je vrouw nog steeds?” is een voorbeeld van zo’n onzuivere vraag. Er wordt in de vraag immers voorbijgegaan aan de mogelijkheid dat er überhaupt nooit geslagen is.

De vraag kan ook geen antwoord hebben. “De kapper van het dorp (inwoner van het dorp) scheert alle mannen uit het dorp die zichzelf niet scheren. Scheert de kapper zichzelf nu wel of niet?” De vraag is onzuiver omdat de kapper als verzameling element is van zichzelf (Russellparadox). Zo’n vraag is principieel onbeantwoordbaar.

Er zijn vragen die zuiver gesteld zijn, maar waarop je het antwoord niet kent. De vraag “Regent het nu in Madrid?” is zuiver gesteld en kent zeer zeker een ja/nee-antwoord in alle situaties, maar de vraag is niet te beantwoorden tenzij er net op de Spaanse buienradar is gekeken. (Het wordt natuurlijk lastig als je het antwoord wel zou moeten kennen. “Ben je gisteren dronken geweest? Ja/nee”.)

Verder kan het zijn dat je de vraag impertinent vindt en het antwoord niet wil geven. “Klopt het dat 1234 je pincode is?” is een voorbeeld van zo’n vraag. Het antwoord “Dat gaat je niet aan” komt in de dagelijkse omgang al onbeleefd over en kan daarom voor de camera door politici zeker niet worden gegeven. Zelfs het eerlijke antwoord “Dat willen we nu nog niet openbaar maken” is als reactie niet mogelijk omdat daar onmiddellijk de vraag “Waarom niet” op zal volgen. Daarom gaan politici in de tegenaanval.

Natuurlijk gelden veel van deze zaken ook voor open vragen, maar gesloten vragen laten geen reactie op de vraag zelf toe doordat het aantal antwoorden bij voorbaat wordt gelimiteerd. Met “Is het “ja” of “nee”” zet je iemand het mes op de keel, en wordt er bij voorbaat uitgegaan dat de vraag gehoord is, begrepen is, zuiver gesteld is, het antwoord bekend is, en het antwoord gegeven wil worden. Een open vraag laat van nature meer reacties toe, waaronder ook: “niet verstaan”, “niet begrepen”, “niet van toepassing”, “onbeantwoordbaar”, “onbekend”, en “gaat je niet aan”.

Gesloten vragen leiden altijd tot problemen. Op de vraag “Wil je koffie of thee?” is het antwoord “ja” correct maar weinig verhelderend. Ander voorbeeld. Na de maaltijd geeft Bas zijn kinderen de keuze. “Een appel of bakje yoghurt?”. Nadat de kinderen gekozen hebben zegt Bas “Mooi, dan neem ik een ijsje met slagroom”.

Bij bridge mag naar de betekenis van biedingen gevraagd worden. Stel, het bieden gaat
1Kl [alert]. “Is dat een doubleton?” “Dat is te zeggen, uh..” “Bespaar me je uitgebreide uitleg, kan dat een doubleton zijn ja of nee?” “Ja”. Later blijkt dat de 1Kl-hand een renonce had. “Arbiter! Hij zei dat het een doubleton kon zijn, maar het is een renonce!” De arbiter controleert de bewering bij tegenpartij: “Is dat waar?” Antwoord: “Hij vroeg OF het een doubleton kon zijn, en dat is zo”.

Aan bovenstaand lijstje kan dus nog een mogelijkheid worden toegevoegd: de vragensteller zelf kan [de consequenties van] het antwoord op zijn [gesloten] vraag niet begrijpen. Begrijpt U?

Kees van der Weijden.