Je hebt kleine leugenaars, grote leugenaars, je hebt Trump en je hebt statistieken.
Met cijfers kan je maar wat aanrommelen zodat je de toehoorder op het verkeerde been kan zetten. De meest bekende methode is Simpson’s paradox:
Maar het kan veel sophisticater. De volgende video laat zien dat er aan de bewijskracht van de meeste onderzoeken zou moeten worden getwijfeld, ondanks dat veel onderzoeken wellicht toch de juiste conclusie trekken:
Het hangt er dus vanaf bij welke p-waarde je de aangevoerde onderzoeksresultaten nog accepteert als bewijs. Naarmate een onderzoeksresultaat moeilijker te verkrijgen is, en daarmee het onderzoek dus ook moeilijker te controleren, cq. te herhalen is, wordt het gemakkelijker beweringen te doen. Gevoelsmatig zijn tegenwoordig Reclameuitingen ongeveer per definitie leugens als erbij staat dat het “wetenschappelijk is aangetoond”. (Maar dat zou ik weer moeten aantonen met onderzoek.). Ondertussen wordt “de wetenschap” wel in diskrediet gebracht.
Je zou ervoor kunnen pleiten dat de overheid via een onderzoeksintituut als TNO of door subsidie te verlenen aan iets als KEMA-keur om dergelijke reclameuitingen te laten controleren, wat hoge eisen zou stellen aan het ethisch gehalte van de top van zo’n TNO/KEMA-instituut, maar om deze trent tegen te gaan en de naam van “de wetenschap” te redden stel ik voor om een hoge financiële boete te zetten op niet-herhaalbare “wetenschappelijke” onderzoeken. Een instituut die dergelijke reclameuitingen controleert zou in deze tijd vanuit die boetes zichzelf moeten kunnen bedruipen, zelfs als een aanzienlijk deel van die boetes gereserveerd zou (moeten) worden voor rechtszaken.