In een van de boeken van Robert van Gulik over de oud-chinese rechter Tie spreekt een van de trouwste helpers van Tie, Ma Yoeng, met een Arabier: “Zo, dus jullie kunnen óók schrijven. Hoeveel tekens hebben jullie?”. De Arabier antwoordde minzaam: “26 tekens.”. Ma Yoeng begreep er niets van: “Hebben jullie dan maar zo weinig gedachten en gevoelens om uit te drukken?”.
In Europa is de Arabische letter(klank-)systematiek, welke t.o.v. het Chinese en oud-Egyptische spijkerschrift veel eenvoudiger is, al vroeg overgenomen, maar doordat het dupliceren van de (weinige) boeken geschiedde d.m.v. overschrijven in het (Gothische) schrift was lezen en schrijven nog allerminst eenvoudig.
Met de komst van de boekdrukkunst ontstond de behoefte aan een eenvoudiger letter. Om de letters nog enigszins te laten lijken op het geschreven schrift, ontstonden de drukletters met schreef. Een schreef is een verdikking aan het uiteinde van de letter, zoals bij Century Schoolbook. De vroegste exponent van dit soort letters was de Garamond, ook tegenwoordig nog populair. Enkele andere voorbeelden van lettertypen met schreef zijn Bodoni, Times, Elite, en Courier, waarvan elk ook cursieve of italic en vette varianten bestaan.
In Zwitserland, welk land is opgedeeld in maar liefst 4 taalgebieden (frans, duits, italiaans en reto-romaans), ontstond de behoefte om in ieder geval nog hetzelfde lettertype te gebruiken, zodat er nog in enigerlei mate een standaard was aan te leggen. En zo ontstond Helvetica, een letter zonder schreef. Univers condensed, Swiss, en wat dies meer zij, zijn daar pendanten van.
Met de toenemende internationalisering van de maatschappij is het bedrijfsleven geneigd deze Zwitserse standaard over te nemen. Veel meer dan vroeger zijn in reclameborden en briefhoofden de namen van bedrijven gedrukt in het Universele of Helvetica lettertype. U moet maar eens op reclames letten, alleen als het bedrijf een sfeer van ambachtelijke degelijkheid wil uitstralen, gebaseerd op oude traditie enzo, zoals bijv. Grolsch, wordt nog een letter met schreef gebruikt, anders wordt een schreefloze letter als huisstijl voorgeschreven.
Het gevolg hiervan is dat, indien de reclamemakers zich houden aan deze randvoorwaarde, ze minder creatieve ruimte hebben om iets bijzonders voor het bedrijf in kwestie te doen. Men kan zich dan eigenlijk alleen door het gebruik van kleur en pictogrammen van de concurrentie onderscheiden. Een recent voorbeeld is het groengele pictogram van Dè Bank, maar U kunt zelf een waarschijnlijk schier eindeloze reeks voorbeelden bedenken.
Schakers lopen in deze ontwikkeling gek genoeg voorop. De servische halfjaarlijkse Informator gebruikt al sinds 1967 symbooltjes om in het kort kommentaar te kunnen geven op het gebeurde in de schaakpartij middels de figurinenotatie. Zo staat bijv. ± voor voordeel voor wit, # voor mat, en O voor de beheersing van meer ruimte, om maar een paar minder bekende te noemen.
Het steeds grotere aantal pictogrammen (oftewel spijkerschrift) leidde in het oude Babylon tot de spreekwoordelijke spraakverwarring. Men ging aan dezelfde symbolen verschillende betekenissen toekennen. De vraag rijst nu: “Zal de geschiedenis zich herhalen?”.