Een psychologisch effect na afvallen

Iedereen ziet alleen maar voordelen aan afvallen. En die zijn er ook legio, zoals minder kans op allerlei enge ziekten, een gezonder gevoel, een mooier lichaam en bijgevolg een zelfverzekerder houding in het leven. Niemand heeft het echter over de nadelen als je flink afvalt (in mijn geval 54 kilo).

Er is een nadeel voor de portemonnee (want de gehele garderobe moet worden vervangen). En je wilt niet terugvallen in oude patronen, dus je mijdt buffetten (maar mis je wel de bijhorende gezelligheid). En dan kan je wel in gewicht omlaag gaan, maar het vet blijft toch zitten op plekken waar je het niet wilt hebben.

Het belangrijkste effect echter, (wat soms een nadeel, en een enkele keer een voordeel is) is dat mensen je soms pas in tweede instantie of echt helemaal niet meer herkennen. Als mensen je pas in tweede instantie herkennen vragen ze zich soms af of je misschien niet ernstig ziek bent (nee dus) en durven daar vervolgens niet rechtstreeks naar te vragen. Er ontstaat dan een afstand die niet zo makkelijk doorbroken kan worden. En als het zover komt dat je je daadwerkelijk opnieuw moet voorstellen, dan bèn je ook iemand anders geworden. Het geheugen van mensen werkt kennelijk zo dat het gemeenschappelijk verleden gekoppeld is aan je oude persoon, aan het oude uiterlijk. En nu je iemand anders bent, is klaarblijkelijk het verleden ook weg, en als je daar dan toch aan refereert, wordt er glazig op gereageerd. Aan één kant merkwaardig, aan de andere kant maakt het eenzaam.

Definitie spoorwegmaatschappij

In de communicatie is een belangrijke reden van misverstand dat aan een gemeenschappelijk begrepen woord verschillende referentiekaders bij de communicerenden horen. Men blijkt uren met elkaar te praten maar op een gegeven moment toch elk een andere uitleg te geven aan bijv. een ligplaats, een ETA, of een reis.

Het is daarom van groot belang de onderling (veel) gebruikte begrippen scherp te definiëren. Neem een begrip als “Belminuut”. Enkele piketpaaltjes in deze zijn: “Wanneer begint het tellen?”, “Wanneer eindigt het tellen?”, “Wordt er afgerond, zo ja hoe?”, “Wanneer wordt je gefactureerd, als beller of als gebelde of als beide?”, “Gaat het tellen altijd naar tijdseenheid of gaat het tellen in het buitenland anders en gaat het tellen dan dubbel, driedubbel etc.?”, “Is het begrip belminuut bij alle providers hetzelfde?”, “Hoe lang duurt een Belminuut?”. (Dat die laatste vraag ook niet gek is, weten automobilisten; een parkeer-uur in een parkeergarage duurt meestal maar 45 minuten).

Het begrip “Belminuut” is geïntroduceerd door de providers. Door het woord “minuut” in “Belminuut” te gebruiken zetten de providers zeker 80% van hun potentiële klanten bij voorbaat op het verkeerde been, omdat de meeste mensen ervan uitgaan dat een minuut 60 seconden is. Dit “op het verkeerde been zetten” is opzettelijk gegaan. Want de providers hadden het begrip ook (en met veel meer recht van spreken) “Bel-eenheid” kunnen noemen. Maar dan had iedereen zich meteen afgevraagd: “Wat is dat, een “Bel-eenheid”?”.

Het inzicht dat gemeenschappelijk gebruikte (zeker nieuwe) termen een nauw begrensde definitie nodig hebben, leidde omstreeks 1870 tot de volgende definitie van een spoorwegmaatschappij (toen een nieuw begrip) door een duits jurist, voor het gemak van de lezer vertaald:

“Een spoorwegmaatschappij is een onderneming bestemd voor het herhaaldelijk vervoer van personen of goederen over niet zeer kleine afstanden over metalen banen, welke door hun samenstelling, constructie en gladheid moeten dienen om het vervoer van grote gewichten respectievelijk het bereiken van een betrekkelijk grote snelheid van de beweging tijdens het transport mogelijk te maken, en welke door deze eigenschap in verband met de bovendien ter verkrijging van de beweging tijdens het vervoer gebruikte natuurkrachten (stoom, elektriciteit, dierlijke of menselijke spierbewegingen, evenals bij een hellend baanvlak het eigen gewicht van de vervoersmiddelen en hun lading, enzovoort) bij het bedrijf van de onderneming hierop in staat zijn tot het verrichten van betrekkelijk zeer grote (al naar gelang de omstandigheden slechts in beperkte mate nuttige, ofwel de dood van mensen veroorzakende en de menselijke gezondheid schadende) prestaties.”.

Een definitie was in het verleden “per definitie” één enkele zin. En een zin wordt begrensd door een afsluitende punt. (voor het modernere inzicht: klik op de link, en zie dat er in de tegenwoordige opvatting zelfs meerdere soorten definities kunnen bestaan; wat m.i. een paskwil is, trouwens.)

Ik vind er wat voor te zeggen om in de wet de verplichting op te nemen dat als een leverancier een nieuw begrip introduceert, bijv. een “Beter-wonen Hypotheek”, een “abonnement voor de helft van de prijs”, of een “Alleen grote letters-verzekering” in de advertentie of reclame ALLE tariefsafhankelijke informatie van het begrip op te nemen en/of nader te definiëren zolang het begrip niet in het groene boekje staat.

Sukiyaki (Song 1961-1963)

Deze laatste Japanse hit ooit is voor mij bijzonder. Ik associeer het liedje met de koude oorlog, alhoewel de Cubacrisis in de laatste week van oktober 1962 plaatsvond (en dus navolgende gebeurtenis moet hebben plaatsgevonden terwijl het liedje, al opgenomen in 1961, pas in de zomer van 1963 echt een wereldhit werd).

Ik speelde buiten (was plassen aan het vegen met een bezem, toen een hobby) en onze buurvrouw zei tegen mijn moeder: “Je laat je kinderen toch niet buiten spelen in deze tijd.”. Nadat ik weer binnen was, speelde de radio dit liedje. Mijn moeder gaf me de uitleg over de dreigende oorlog, en wat de buurvrouw bedoelde met haar opmerking.

https://www.youtube.com/watch?v=C35DrtPlUbc

Deze is met vertaling. Wordt met de “ik-figuur” de mensheid bedoeld, en met de situatie de toestand van de wereld op dat moment? Heeft het liedje zelf, omdat het een Japanse zanger was die het liedje zong en Japan het enige land was dat echt getroffen is door atoombommen, de toenmalige wereldleiders Kennedy en Chroetsjov beïnvloed?

Op 12 augustus 1985 kwam Kyu Sakamoto om het leven in een vliegtuigongeluk waarbij zijn vlucht 123 van Japan Airlines crashte, circa 100 kilometer buiten Tokio. Hierbij kwamen 520 mensen om. Tot op de dag van vandaag is dit de grootste vliegramp met één toestel. Kyu Sakamoto is 43 jaar oud geworden. Dit moet een van zijn laatste voorstellingen zijn geweest:

https://www.youtube.com/watch?v=VAwYhJDURT8

Het schrift beschreven

In een van de boeken van Robert van Gulik over de oud-chinese rechter Tie spreekt een van de trouwste helpers van Tie, Ma Yoeng, met een Arabier: “Zo, dus jullie kunnen óók schrijven. Hoeveel tekens hebben jullie?”. De Arabier antwoordde minzaam: “26 tekens.”. Ma Yoeng begreep er niets van: “Hebben jullie dan maar zo weinig gedachten en gevoelens om uit te drukken?”.

In Europa is de Arabische letter(klank-)systematiek, welke t.o.v. het Chinese en oud-Egyptische spijkerschrift veel eenvoudiger is, al vroeg overgenomen, maar doordat het dupliceren van de (weinige) boeken geschiedde d.m.v. overschrijven in het (Gothische) schrift was lezen en schrijven nog allerminst eenvoudig.

Met de komst van de boekdrukkunst ontstond de behoefte aan een eenvoudiger letter. Om de letters nog enigszins te laten lijken op het geschreven schrift, ontstonden de drukletters met schreef. Een schreef is een verdikking aan het uiteinde van de letter, zoals bij Century Schoolbook. De vroegste exponent van dit soort letters was de Garamond, ook tegenwoordig nog populair. Enkele andere voorbeelden van lettertypen met schreef zijn Bodoni, Times, Elite, en Courier, waarvan elk ook cursieve of italic en vette varianten bestaan.

In Zwitserland, welk land is opgedeeld in maar liefst 4 taalgebieden (frans, duits, italiaans en reto-romaans), ontstond de behoefte om in ieder geval nog hetzelfde lettertype te gebruiken, zodat er nog in enigerlei mate een standaard was aan te leggen. En zo ontstond Helvetica, een letter zonder schreef. Univers condensed, Swiss, en wat dies meer zij, zijn daar pendanten van.

Met de toenemende internationalisering van de maatschappij is het bedrijfsleven geneigd deze Zwitserse standaard over te nemen. Veel meer dan vroeger zijn in reclameborden en briefhoofden de namen van bedrijven gedrukt in het Universele of Helvetica lettertype. U moet maar eens op reclames letten, alleen als het bedrijf een sfeer van ambachtelijke degelijkheid wil uitstralen, gebaseerd op oude traditie enzo, zoals bijv. Grolsch, wordt nog een letter met schreef gebruikt, anders wordt een schreefloze letter als huisstijl voorgeschreven.

Het gevolg hiervan is dat, indien de reclamemakers zich houden aan deze randvoorwaarde, ze minder creatieve ruimte hebben om iets bijzonders voor het bedrijf in kwestie te doen. Men kan zich dan eigenlijk alleen door het gebruik van kleur en pictogrammen van de concurrentie onderscheiden. Een recent voorbeeld is het groengele pictogram van Dè Bank, maar U kunt zelf een waarschijnlijk schier eindeloze reeks voorbeelden bedenken.

Schakers lopen in deze ontwikkeling gek genoeg voorop. De servische halfjaarlijkse Informator gebruikt al sinds 1967 symbooltjes om in het kort kommentaar te kunnen geven op het gebeurde in de schaakpartij middels de figurinenotatie. Zo staat bijv. ± voor voordeel voor wit, # voor mat, en O voor de beheersing van meer ruimte, om maar een paar minder bekende te noemen.

Het steeds grotere aantal pictogrammen (oftewel spijkerschrift) leidde in het oude Babylon tot de spreekwoordelijke spraakverwarring. Men ging aan dezelfde symbolen verschillende betekenissen toekennen. De vraag rijst nu: “Zal de geschiedenis zich herhalen?”.